
Wonk en Mien
Dit is kabouter Wonk. Hij vindt van zichzelf dat hij de beste visser is. Kabouter Wonk bracht elke vrijdag de vissen naar alle huizen in het kabouterdorp.
Hij is een beetje anders dan de andere kabouters. Kabouter Wonk kan niet snel stappen, niet zo hoog springen, niet zo goed huppelen als andere kabouters. Als hij dat toch probeert dan valt hij vaak. Kabouter Wonk weet het: zijn benen zijn anders, zijn zwakker.

Daarom brengt Kabouter Wonk geen vis meer naar de huizen. Hij vangt ze nog wel, maar de vis blijft liggen naast zijn huis. Hij zit op het bankje, kijkt naar de vis. Zijn hoofd zakt naar beneden en er rollen tranen over zijn wangen.
Knutselkabouter zag hem daar zitten. Hij riep 'He Wonk' maar Wonk keek niet op. Knutselkabouter begreep dat hij iets moest doen. Hij ging naar zijn werkplaats, zaagde takken op de juiste lengte, zocht 2 boomschijven die precies even groot waren. Hij boorde, schaafde en schroefde. En even later was hij klaar: een houten stoel op wielen, de rolstoel voor kabouter Wonk.
Samen met de andere kabouters, duwde hij de stoel tot bij kabouter Wonk 'Wij gaan de rolstoel om beurt duwen, zo kan Wonk overal mee met ons.' Riepen ze uit.
Wonk keek op, zijn tranen droogden en langzaam maar zeker verscheen een glimlach op zijn gezicht. 'Wat heb ik goede, lieve en sterke kaboutervrienden'.
Het was tijd voor de jaarlijkse kabouter- loopwedstrijd 'Kabouter Wonk, jij doet ook mee hé' riep Kabouter Snel. Kabouter Wonk dacht 'Zou het wel lukken?'. Vanaf die dag oefende Wonk elke middag met zijn rolstoel. Hij reed door de modder, door de plassen, door het gras en zo kreeg hij sterke armspieren.

De dag van de loopwedstrijd….. Ja, daar stond Wonk zoals alle andere kabouters klaar aan de startlijn. 3,2,1 start. De kaboutervrienden liepen en Wonk duwde zijn rolstoel met z'n armen.
Het lukte: na de eerste bocht was Wonk helemaal voorop. Maar het was ver, zijn armen werden zwaar en na de 3de bocht raakte hij achterop. 'Jij kunt het, verder doen hoor.' riep Kabouter Grijs naar Wonk. Hij gaf niet op en geraakte door de plassen, over de takken…
O…. wat is daar gebeurd. Wonk zag kabouter Mien liggen op de grond. Ze was gevallen en had bebloede knieën en weende. 'ik kan niet meer' zei ze. Wonk riep: 'Hey Mien kom je op mijn schoot zitten in mijn rolstoel?' Mien droogde haar tranen, kroop op de schoot. Wonk gebruikte zijn sterke armspieren om de rolstoel verder te duwen.
'Ja, we komen er, het lukt ons!' riep Wonk. We zijn aan de aankomst, aan de finish? Wonk met op zijn schoot Mien!!!
Geef hen maar een groot applaus.
Ze zijn niet de 1ste maar zijn zo blij dat ze de wedstrijd gekund hebben. Wonk en Mien mogen op het podium komen en Opperkabouter David geeft Wonk een medaille. 'Jij bent onze dapperste Kabouter met een hart voor vrienden in nood.' Wonk straalde.
En zo leefde Wonk gelukkig verder bij zijn kaboutervrienden. Elkaar helpen, voor elkaar zorgen. En Mien, is Wonk zijn beste vriendin, zijn liefje.
