
kabouterschool
Meester Witbaard
Tijdens de wandeling kom je de kabouterschool tegen.
Daar vertelt Tom Van Mieghem het verhaal van Meester Witbaard.
Beluister dit verhaal hier

Het verhaal van Meester Witbaard:
Elke ochtend klinkt er een vrolijk geluid door het bos. Bim-bam, bim-bam! Dat is de grote, koperen bel van de kabouterschool. Meester witbaard trekt aan het touw. De bel rinkelt. Iedeeen is blij want de les gaat beginnen. Alle kleine kabouters rennen snel naar hun plekje in de klas.

De kabouterschool is een bijzondere plek onder de grote eikenboom. Kabouters leven, groeien, spelen en leren in en met de natuur. Ze zorgen goed voor het bos en gebruiken alleen wat de natuur hen geeft. Hun schoolbanken hebben ze helemaal zelf gemaakt van omgevallen bomen. Ze hebben de stammen gladgeschuurd zodat er geen splinters in hun vingers komen. De kabouters zitten allemaal op hun eigen, rood-met-witte paddenstoel. Dat zit lekker zacht en verend!
Dan kijkt meester witbaard opeens heel serieus. Hij wrijft door zijn lange baard en dan beweegt hij zijn armen op en neer. De kabouters weten het meteen: tijd voor de vogelles. Meester witbaard wijst naar een grote plaat aan de kant.
"Kijk goed, kabouters," zegt de meester met zijn zware stem. De kabouters weten wat er gaat gebeuren, want bij elke vogelles, wijst de meester eerst naar de mus. "Dit is de kleine, grijze mus. "Ja", zeggen de kabouters, "Hij houdt van gezelligheid en zoekt samen met zijn vriendjes naar zaadjes."
"he, hoe weten jullie dat?" lacht de meester door zijn baard.
"En zien jullie deze vogel met die prachtige, oranje borst?"
"het roodbostje", klinkt het in de klas. "Die komt altijd dichtbij als je in de tuin werkt"
De meester is blij en dan ratelt hij verder:
"Maar pas goed op voor de ekster! Die heeft mooie zwart-witte veren, maar hij is ook heel nieuwsgierig en dol op glimmende spulletjes. Laat je zilveren knopen dus niet rondslingeren!"
Sommige kabouters letten heel goed op en roepen de antwoorden. Kabouter Ward schrijft elk woord op in zijn schriftje van boomblad. Kabouter Pip kijkt met grote, glanzende ogen naar de vogelplaat. Zij wil later vogelbeschermer worden.
Maar niet iedereen kan zijn aandacht erbij houden. Helemaal aan de kant zit kabouter Tijn. Hij vindt de vogelles veel te luid. Tijn zit met zijn handen stevig op de oren gedrukt. Hij heeft hel liever muisstil of hij wil buiten om te luisteren naar het zachte ritselen van de bladeren in de wind.
Iets verderop zitten kabouter Lot en kabouter Bram op hun paddenstoel. Ze kijken elkaar lachend aan en spelen stiekem een snel handjeklap-spel. Klap, draai, klap! Hun kleine handjes raken elkaar zonder geluid te maken, zodat de meester het niet merkt. Ten minste, ze denken dat hij het niet merkt. Maar terwijl de les verder gaat, komt meester Witbaard ongemerkt tot bij Lot en Bram. Die schrikken op als ze schaduw van de grote meester plots zien verschijnen. Ze denken dat hij boos gaat zijn. Maar he, hij steekt zijn handen ook in de lucht. Klap draai klap en voor ze het weten doen ook Pip en Ward en de andere kabouters mee. Voorzichtig doen Lot en Bram ook weer mee en iedereen lacht.

Iedereen, behalve Tijn, die vindt dat geklap veel te luid. Hij houdt zijn handen nog steeds voor de oren.
En de kleuters, die doe ook niet mee. Die zijn te druk aan het spelen, achteraan in de klas. Zij moeten nog niet stilzitten of opletten. Ze hebben een grote berg met eikeltjes, dennenappels en glanzende kastanjes. Ze bouwen er prachtige, hoge torens van. Soms valt er een toren om met een zacht boem-geluid, maar de kleuters giechelen alleen maar zachtjes.
Meester witbaard ziet alles. Het mag , hij lacht in zijn lange, witte baard. Hij weet dat kabouters nu eenmaal houden van spelen en van de natuur. "Zó," zegt de meester, "en nu gaan we naar buiten om de vogels in het echt te voeren!" Iedereen springt direct van zijn paddenstoel op, ook de kleuters en ook Tijn. Die laat zijn handen zakken, eindelijk naar buiten, in de natuur.
De school is het leukste wat er is!
